ISO 7010: zo voldoe je aan de norm voor veiligheidsborden

ISO 7010 is de internationale norm die vastlegt welke veiligheids­pictogrammen gebruikt moeten worden en hoe deze eruitzien. Het doel is dat iedereen dezelfde symbolen herkent, ongeacht taal of land. ISO 7010 bouwt voort op de vorm- en kleurregels uit ISO 3864 en registreert de officiële pictogrammen die op werkplekken en in gebouwen worden toegepast. In Nederland is de norm geharmoniseerd als NEN-EN-ISO 7010. Daarnaast is er in de EU de Richtlijn 92/58/EEG die werkgevers verplicht om geschikte veiligheids- en gezondheidssignalering te plaatsen waar nog risico’s bestaan. ISO 7010 is de best practice om hier concreet invulling aan te geven.
ISO-7010 veiligheidsborden

De basis: vormen, kleuren en categorieën

ISO 7010 verdeelt borden in vijf hoofdcategorieën. Vorm en kleur zijn vastgelegd in ISO 3864 en zorgen voor directe herkenning.

Categorie Betekenis Vorm Kleurvoor-schrift
Verbod Iets mag niet Cirkel met diagonaal Rood met wit pictogram
Gebod Iets moet Cirkel Blauw met wit pictogram
Waarschuwing Gevaar of risico Driehoek Geel met zwart pictogram
Redding en vluchtroute Nooduitgang, EHBO, AED Vierkant of rechthoek Groen met wit pictogram
Brandbestrijding Blusmiddelen, brandslang, melder Vierkant Rood met wit pictogram

Voorbeelden van veelgebruikte ISO-codes:

  • E001 nooduitgang links, E002 nooduitgang rechts

  • E003 EHBO, E010 AED, E007 verzamelplaats

  • F001 brandblusser, F002 brandslang
    Deze codes zijn officieel geregistreerd binnen ISO 7010.

Hoe kies je het juiste bord

  1. Bepaal het doel
    Vluchtroute, EHBO, brandbestrijding, waarschuwing of gebod. Kies de juiste categorie en bijbehorende ISO-code.

  2. Kies het juiste symbool en de richting
    Voor nooduitgangen kies je E001 of E002 en let je op de looprichting. Gebruik pijlen en volgorde die logisch naar de dichtstbijzijnde veilige uitgang leiden. 

  3. Bepaal het formaat op basis van kijkafstand
    Voor de zichtafstand wordt vaak de EN 1838-formule gebruikt:
    L = Z × H
    L is maximale kijkafstand. H is de hoogte van het bord. Z is 100 voor extern verlichte borden en 200 voor intern verlichte borden. Voorbeeld: een intern verlicht bord van 0,2 m hoog is op circa 40 m nog herkenbaar.

  4. Kies het juiste materiaal en de lichtbron

    • Intern verlicht of extern verlicht bord voor continu zicht.

    • Fotoluminescent als aanvullende oplossing, met name in combinatie met veiligheidsweggeleiding. Zie ook ISO 16069 voor Safety Way Guidance Systems.

  5. Controleer conformiteit
    Vorm, kleur en symbool moeten exact voldoen aan ISO 7010 en ISO 3864. Gebruik geen eigen illustraties die afwijken van de norm.

Plaatsing en montage: praktische richtlijnen

  • Zichtlijn. Monteer op een hoogte en locatie die vanuit de looproute goed zichtbaar is en niet wordt afgeschermd.

  • Richting en consistentie. Zet pijlen en symbolen in een logische volgorde die de werkelijke route volgt.

  • Verlichting. Zorg dat extern verlichte of fotoluminescente borden voldoende dag- of kunstlicht krijgen om zichtbaar te blijven bij uitval van de netspanning. Voor intern verlichte borden geldt de hogere kijkafstand uit de formule.

  • Combinaties. Combineer waar nodig meerdere borden. Bijvoorbeeld blusser en brandslang bij elkaar, of nooduitgang met verzamelplaats.

Tip voor projectteams: leg in een tekening vast welk bord waar komt, inclusief ISO-code, afmeting, montagehoogte en kijkafstand. Dit maakt beheer en inspectie eenvoudiger.

Documentatie en beheer

Voor aantoonbare naleving is het handig om het volgende bij te houden:

  • Bordenregister met locatie, ISO-code, formaat, materiaal en leverancier.

  • Onderhouds- en controle-momenten. Controleer zicht, bevestiging en verlichting.

  • Wijzigingsbeheer bij verbouwingen of route-aanpassingen.

De EU-richtlijn vereist dat signalering beschikbaar is waar risico’s bestaan. Een actueel bordenplan helpt om dit blijvend waar te maken.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

  • Verkeerde richting bij nooduitgangpictogrammen. Check E001 of E002 en test de route fysiek. 

  • Te klein bord voor de benodigde kijkafstand. Reken met L = Z × H en kies zo nodig een groter of intern verlicht bord. 

  • Afwijkende kleuren of eigen iconen die niet ISO-conform zijn. Houd je aan ISO 7010 en de kleur- en vormeisen uit ISO 3864. 

  • Alleen tekst in plaats van pictogrammen. ISO 7010 is juist ontworpen om taalonafhankelijk te zijn. 

  • Onvoldoende verlichting bij extern verlichte of fotoluminescente borden. Controleer de lichtsituatie en de oplading.

Samengevat

Met ISO 7010 zorg je dat veiligheidsborden uniform, begrijpelijk en wettelijk passend zijn. Kies per locatie de juiste ISO-code, bepaal het formaat vanuit de kijkafstand, stem materiaal en verlichting af op de omgeving en borg alles in een bordenplan. Zo voldoe je aan NEN-EN-ISO 7010 en aan de eisen van Richtlijn 92/58/EEG, en blijft je gebouw ook in noodsituaties duidelijk en veilig.