Wanneer gaat noodverlichting automatisch branden?
Het korte antwoord
Noodverlichting gaat automatisch branden zodra de normale stroomvoorziening wegvalt. Op dat moment schakelt het systeem binnen 15 seconden over op de noodvoeding en blijft het minimaal 60 minuten branden. Je hoeft dus niets te doen: de inschakeling gebeurt vanzelf, of de stroomuitval nu het hele gebouw treft of alleen de groep waarop de verlichting is aangesloten.
Hoe werkt de automatische inschakeling?
Een noodverlichtingsarmatuur bewaakt continu de voedingsspanning. Zolang er netstroom is, gebeurt er niets bijzonders en wordt de ingebouwde accu opgeladen. Valt de spanning weg, dan detecteert het armatuur dat direct en schakelt het zonder tussenkomst over op de noodvoeding.
Bij decentrale noodverlichting zit die noodvoeding in het armatuur zelf, in de vorm van een accu. Bij een centraal systeem worden alle armaturen gevoed vanuit één centrale batterij of noodstroomvoorziening. In beide gevallen is het principe hetzelfde: geen netspanning betekent automatisch overschakelen op de reservevoeding.
Belangrijk om te weten is dat noodverlichting reageert op het wegvallen van de spanning op de eigen voedingsgroep. Slaat er ergens een zekering door of valt alleen dat deel van de installatie uit, dan gaat de bijbehorende noodverlichting toch aan. Zo ben je ook beschermd bij een lokale storing, niet alleen bij een volledige stroomuitval.
Hoe snel gaat de noodverlichting aan?
Snelheid is hier cruciaal, want je wilt niet dat mensen na een stroomuitval in het donker staan. De wettelijke eis vanuit het Bbl is dat de noodverlichting binnen 15 seconden werkt. De norm NEN-EN 1838 maakt dat voor vluchtrouteverlichting nog wat scherper: binnen 5 seconden moet minimaal de helft van de vereiste lichtsterkte beschikbaar zijn, en binnen 60 seconden de volledige sterkte. In de praktijk gaat de verlichting dus vrijwel meteen aan.
Moet noodverlichting altijd branden?
Dit is een veelgestelde vraag, en het antwoord is: dat hangt van het type af. Er zijn twee schakelvormen:
- Niet-permanente noodverlichting. Deze armaturen zijn normaal uit en gaan alleen aan bij een stroomuitval. Dit is de meest voorkomende vorm voor gewone vluchtroute- en anti-paniekverlichting. Zolang alles normaal werkt, zie je er niets van.
- Permanente noodverlichting. Deze brandt continu, ook wanneer er gewoon netspanning is. Bij een stroomuitval blijft ze branden op de noodvoeding. Verlichte vluchtwegpictogrammen boven nooduitgangen zijn hiervan het bekendste voorbeeld: die moeten altijd zichtbaar zijn, zodat de uitgang op elk moment herkenbaar is.
Kort gezegd: niet alle noodverlichting brandt altijd, maar de verlichte aanduiding van de vluchtroute meestal wel. Welke uitvoering je nodig hebt, hangt af van de functie van de ruimte en de vluchtroute.
Wanneer gaat de noodverlichting weer uit?
Zodra de netspanning terugkeert, schakelt de niet-permanente noodverlichting automatisch weer uit en begint de accu opnieuw op te laden. De permanente verlichting blijft gewoon branden. Ook dit gebeurt vanzelf, zonder dat iemand hoeft in te grijpen. Wel is het goed om te weten dat een accu na een lange uitval enige tijd nodig heeft om weer volledig op te laden.
Verlichting die helemaal niet geschakeld hoeft te worden
Er zijn ook oplossingen die de vraag "wanneer gaat het aan?" overbodig maken, omdat ze altijd zichtbaar zijn zonder stroom. Onze tritium noodverlichting licht permanent op zonder elektriciteit, accu's of schakeling, en blijft jarenlang zichtbaar. Glow-in-the-dark markering laadt zich overdag op met omgevingslicht en gloeit bij duisternis vanzelf na. Deze passieve oplossingen werken juist op het moment dat een elektrische installatie het zou kunnen laten afweten, en zijn een betrouwbare aanvulling op de reguliere noodverlichting.
Hoe weet je zeker dat het echt aanslaat?
Automatisch inschakelen werkt alleen als de installatie in goede staat is. Een verouderde accu of een defect armatuur kan ervoor zorgen dat de verlichting niet of te kort aangaat. Daarom test je noodverlichting periodiek: maandelijks met een korte functietest en jaarlijks met een uitgebreide test. Armaturen met een zelftestfunctie doen dit automatisch. Leg de resultaten altijd vast, zodat je bij een inspectie kunt aantonen dat het systeem werkt. Hoe je dat het beste doet, lees je in ons artikel over het registreren van onderhoud.
Kort samengevat
Noodverlichting gaat automatisch branden zodra de netspanning wegvalt, ook bij een lokale groepsstoring. De inschakeling gebeurt binnen 15 seconden en de verlichting blijft minimaal 60 minuten aan. Niet-permanente noodverlichting is normaal uit en springt alleen aan bij uitval; permanente noodverlichting, zoals verlichte vluchtwegpictogrammen, brandt altijd. Passieve oplossingen als tritium en glow-in-the-dark zijn zelfs continu zichtbaar zonder stroom. Of alles echt werkt, borg je met periodiek testen en registreren.
Veelgestelde vragen
Zodra de normale stroomvoorziening wegvalt. Het armatuur detecteert het verlies van spanning en schakelt binnen 15 seconden over op de noodvoeding, waarna het minimaal 60 minuten blijft branden. Dit gebeurt ook als alleen de eigen voedingsgroep uitvalt.
Niet altijd. Niet-permanente noodverlichting is normaal uit en gaat alleen aan bij een stroomuitval. Permanente noodverlichting, zoals de verlichte pictogrammen boven nooduitgangen, brandt wel continu zodat de uitgang altijd herkenbaar is.
De permanente (maintained) uitvoering, meestal de verlichte vluchtwegpictogrammen. Daarnaast zijn tritium- en glow-in-the-dark-oplossingen altijd zichtbaar, omdat ze zonder stroom werken.
Binnen 15 seconden volgens het Bbl. Voor vluchtrouteverlichting geldt via NEN-EN 1838 dat binnen 5 seconden minimaal de helft van de lichtsterkte beschikbaar is en binnen 60 seconden de volledige sterkte.