Hoe lang moet noodverlichting branden?
Het korte antwoord
Noodverlichting moet in Nederland na een stroomuitval minimaal 60 minuten (1 uur) blijven branden. Dat is de wettelijke ondergrens. In bepaalde situaties, zoals zorggebouwen, hoogbouw en grote industriële panden waar een ontruiming langer duurt, wordt vaak een langere brandduur van 90 of 180 minuten aangehouden. De juiste duur volgt dan uit een risico-inventarisatie.
Waar staat die eis?
De minimumduur is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Daarin staat dat noodverlichting binnen 15 seconden na het uitvallen van de elektriciteit aan moet gaan en vervolgens ten minste 60 minuten een verlichtingssterkte van minimaal 1 lux moet geven, gemeten op de vloer, een tredevlak of een hellingbaan.
De prestatie-eisen worden verder ingevuld door de norm NEN-EN 1838. Die norm bevestigt de minimale brandduur van 1 uur en beschrijft daarnaast onder meer de gelijkmatigheid van het licht en de eisen aan vluchtroute-, anti-paniek- en risicoverlichting. Het Bbl bepaalt dus dát noodverlichting moet werken, en NEN-EN 1838 beschrijft hoe goed.
Wat betekent autonomie?
De brandduur wordt vaak aangeduid met de term autonomie. Daarmee wordt de volledige periode bedoeld waarin de installatie zelfstandig kan blijven branden op de noodvoeding, dus zonder netstroom. Een installatie met een autonomie van 60 minuten kan na een stroomuitval een uur lang functioneren op de eigen accu of op een centrale noodstroomvoorziening. Of die autonomie ook echt wordt gehaald, controleer je met een autonomietest.
Wanneer is langer dan 60 minuten nodig?
Zestig minuten is een minimum, geen automatisch eindpunt. In gebouwen waar een ontruiming langer duurt of complexer is, is een langere brandduur verstandig of zelfs vereist. Denk aan:
- Zorginstellingen en ziekenhuizen, waar mensen niet altijd zelfstandig en snel kunnen vluchten.
- Hoogbouw, waar de af te leggen vluchtroute lang is.
- Grote industrie- en magazijngebouwen, waar de loopafstanden groot zijn.
In dit soort situaties wordt in de praktijk vaak 90 of 180 minuten (1,5 of 3 uur) aangehouden. Welke duur passend is, bepaal je op basis van een risico-inventarisatie en de specifieke ontruimingstijd van het gebouw. Het is dus altijd verstandig om niet alleen naar het wettelijke minimum te kijken, maar naar de werkelijke tijd die nodig is om het pand veilig te verlaten.
Niet alleen hoe lang, ook hoe snel
Brandduur is maar de helft van het verhaal. Net zo belangrijk is hoe snel de noodverlichting na een storing op sterkte komt. Het Bbl vereist dat de verlichting binnen 15 seconden werkt. NEN-EN 1838 maakt dat nog wat preciezer voor vluchtrouteverlichting: binnen 5 seconden moet minimaal de helft van de vereiste lichtsterkte beschikbaar zijn, en binnen 60 seconden de volledige sterkte. Zo voorkom je dat mensen na een stroomuitval seconden in het donker staan.
Waarom haalt een oude installatie de 60 minuten niet?
De opgegeven brandduur geldt alleen bij een gezonde accu. Batterijen verliezen na verloop van tijd capaciteit, en daarmee neemt de werkelijke brandduur af. Volgens de productnorm voor noodverlichtingsarmaturen moet een accu zo zijn gekozen dat hij na vier jaar onder normale omstandigheden nog aan de autonomie-eis voldoet. Daarna is dat technisch niet meer te garanderen, en moet je rekening houden met vervanging.
Daarom is testen zo belangrijk. Met een jaarlijkse autonomietest controleer je of de installatie de vereiste tijd daadwerkelijk volhoudt op de noodvoeding. Haalt een armatuur de tijd niet meer, dan is dat het signaal om de accu te vervangen. Leg deze tests altijd vast, zodat je bij een inspectie kunt aantonen dat de installatie aan de eisen voldoet. Hoe je dat het beste doet, lees je in ons artikel over het registreren van onderhoud.
Kort samengevat
Noodverlichting moet minimaal 60 minuten branden na een stroomuitval, binnen 15 seconden aanslaan en daarbij ten minste 1 lux geven. Dat is de wettelijke ondergrens vanuit het Bbl en NEN-EN 1838. In zorggebouwen, hoogbouw en grote panden is een langere brandduur van 90 of 180 minuten vaak passender, afhankelijk van de ontruimingstijd. En onthoud: die brandduur haal je alleen met een goed onderhouden accu, dus test en registreer regelmatig.
Wil je weten of jouw installatie de vereiste brandduur nog haalt, of advies over de juiste autonomie voor jouw gebouw? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.
Veelgestelde vragen
Minimaal 60 minuten (1 uur) na een stroomuitval. Dit is vastgelegd in het Bbl en bevestigd in NEN-EN 1838. De verlichting moet binnen 15 seconden aanslaan en gedurende dat uur minimaal 1 lux geven op de vluchtroute.
Autonomie is de tijd dat de installatie zelfstandig kan blijven branden op de noodvoeding, zonder netstroom. Een autonomie van 60 minuten betekent dus dat de verlichting een uur lang werkt op de accu of de centrale noodstroomvoorziening.
Bij gebouwen waar een ontruiming langer duurt of complexer is, zoals zorginstellingen, hoogbouw en grote industriële panden. Daar wordt vaak 90 of 180 minuten aangehouden. De passende duur volgt uit een risico-inventarisatie en de werkelijke ontruimingstijd.
Bijna altijd komt dat door een verouderde accu. Batterijen verliezen na enkele jaren capaciteit, waardoor de werkelijke brandduur afneemt. Een jaarlijkse autonomietest laat zien of de tijd nog wordt gehaald; zo niet, dan is het tijd om de accu te vervangen.